Erik in Thailand en Cambodja (17 juli t/m 9 augustus 2009)
Klik hier voor de reisbeschrijving van Sawadee Reizen
Klik hier voor de diavoostelling
In 2006 werd een georganiseerde reis geannuleerd die naar Thailand en Laos zou gaan. Eindelijk zou dit gedeelte van de wereld nu wel door mij worden bezocht! Laos werd ingeruild door ook het relatief niet druk door toeristen bezochte land Cambodja. Sinds een aantal jaren is dit land door toeristen te bezoeken.
De reis begon 17 juli met een lift van broer Stefan naar Schiphol met een net gevulde maag met vlees van de bedrijfsbarbecue. Halverwege de avond steeg het vliegtuig op met als eindbestemming Bangkok. Op het nieuwe vliegveld Suvarnabhumi landde het vliegtuig van de KLM rond het middaguur op zaterdag.
Een taxi bracht mij naar mijn hostel voor de eerste twee nachten naar Khao San, gelegen in het backpackersgebied van Bangkok. Van uitrusten was geen sprake, een vriendelijke Thaise man bracht me later die middag naar de touristoffice. Uiteindelijk leidde dit tot een biertje met hem in een bar. Hij stelde voor om de volgende dag me het één en ander van Bangkok te laten zien. Zijn aanbod sloeg ik af, even rustig op mezelf Bangkok verkennen, daar had ik meer zin in.
Ik kwam zonder echte problemen niet te laat mijn bed uit, er was een tijdverschil van vijf uur. Een lekkere lange dag om diverse bezienswaardigheden te bezoeken zoals het Wat Phra Kaew en het Grand Palace, Wat Arun en een tochtje met een longtailboot.
‘s Maandags ontmoette ik de rest van de groep op het vliegveld vanwaar we direct doorreden naar het Nationale Park Khao Yai. In dat gebied zouden we drie dagen gaan fietsen. Aan een einde van een middag bezochten we een waterval waar je net droge kleren behoorlijk nat werden van de spray die er vanaf kwam. Een heerlijk gevoel in het warme en drukkende weer dat we nog niet gewend waren. Op één avond gingen we naar een dorp in de buurt waar we op straat aten. Lekker hoor!
Op de fiets was het behoorlijk warm, maar gelukkig viel er af en toe een bui dat verfrissend werkte. We passeerden diverse rijstvelden en plantages waar de lokalen geld voor hun bestaan verdienen.
Onderweg waren naast de plantages ook veel boeddhistische tempels te vinden. Oude, maar ook tempels die nog in aanbouw zijn.
Na het fietsen vertrokken met 2 busjes naar Aranyaprathet dat op enkele kilometers van de Thais Cambodjaanse grens is gelegen. Leuk is een bezoek aan de lokale markt daar in de omgeving waar vrijwel alles dat los en vast zit te koop is. Afdingen hoort er bij!
Na het betalen van US$ 20,=, inderdaad Amerikaanse Dollars, geen Riel (=de nationale munt) konden we Cambodja in. Onverwachts snel aangezien we weigerden 100 Baht te betalen voor een snelle afhandeling. Corruptie is en zal een groot probleem blijven in deze twee landen.
Battambang was de plaats zijn waar we twee nachten zouden verblijven. Na aankomst wachtte een spectaculaire rit met een bamboetrein ons op even buiten het stadje, ideaal voor een ritje met een tuk-tuk daar naar toe. Youtube staat overigens vol met filmpjes van deze superattractie.
De volgende dag volgde er een rit over het platteland met een bezoek aan een Killing Cave. In deze grot werden in de periode ‘75-’79 mensen vermoord door ze in de grot te gooien. De Cambodjaanse gids moest helaas aangeven dat niet altijd de mensen direct dood waren nadat ze in de grot waren geduwd. Dit was onze eerste confrontatie met de inktzwarte geschiedenis veroorzaakt door de Rode Khmer onder leiding van Pol Pot. Een 2e confrontatie hadden we met een restaurant van het kerkgenootschap die we bezochten waar jonge –vaak– door hun familie verstoten slachtoffers van de vele landmijnen leven en bijvoorbeeld vak in de horeca leren om zichzelf in de toekomst te kunnen onderhouden.
Een korte stop bij een aantal schuurtjes waar vispastij wordt gemaakt, kort vanwege de enorme zure stank. Deze penetrante lucht was meerdere malen verderop in de reis duidelijk te ruiken. Ongetwijfeld hebben wij ook eetgewoontes waar de rest van de wereld niet aan moet denken.
’s Middags hadden we een kookcursus, wokken is niet moeilijk, alleen de samenstelling van de curry’s is wat lastig. Al met al smaakte het best aardig. De volgende dag volgde er een boottocht naar Siem Riep over de Tonle Sap.
Zeg je Cambodja, dan volgt meestal heel snel de naam Angkor. Een immens tempelcomplex ter grote van Amsterdam dat ongeveer 1.000 jaar geleden is gemaakt bood plaats aan 1 miljoen Khmer, de lokale bevolking. Om iedereen een plaats te geven zijn er zeer veel tempels gebouwd die je kunt bezoeken. Huur een tuk-tuk af voor een gehele dag -eigenlijk twee of drie dagen- voor ongeveer US$ 10,= per dag en je kijkt je ogen uit.
Enkele bekende tempels zijn: Angkor Wat, de grootste en de belangrijkste. Ta Phrom erg spectaculair met de oerwoudreuzen die de ruïne in de greep proberen te houden en Angkor Thom met de Bayon met de vele boeddhagezichten.
Onderweg naar de hoofdstad Phnom Penh passeerden we diverse stalletjes langs de weg waar de Cambodjanen hun waar proberen te slijten. Rijst in bamboe tot gefrituurde vogelspinnen. Ga er maar aan staan! Ook kom je er diverse steenfabrieken tegen. Altijd leuk om zoiets te bezoeken. Een echt familiebedrijf, er wonen en leven bij deze 7 families.
In Phnom Penh bezochten we de S21, ( Security Office 21) gevangenis, nu het Tuol Sleng museum.. Deze gevangenis was voor zijn bestaan een onschuldige school. De omschrijving gevangenis is eigenlijk onjuist, een martelplaats is beter een betere omschrijving. Een onschuldige schommel werd gebruikt om gevangenen in vloeistoffen onder te dompelen. Vele foto’s van slachtoffers en de ruimtes die je kan bezoeken doet iedereen verbleken wat voor gruwelijkheden hier hebben plaatsgevonden. Wat het Rode Khmer regime inhoudt is verwoord in een aangrijpend gedicht.
Na het martelen werden de slachtoffers overgebracht naar de Choeung Ek (één van de 389 Killing Fields) alwaar zij werden vermoord. Er stond muziek aan om de hoorbare angsten te verdoezelen voor de buitenwereld. Voor kinderen en baby’s werd geen uitzondering gemaakt. In een glazen toren zijn 8.000 schedels van de daar 17.000 gevallen slachtoffers met diverse kledingstukken opgesteld. Landelijk zijn er in de periode ’75-’79 tussen de 1.000.0000 en 3.000.000 Cambodjanen (20-25% van de bevolking) van het leven beroofd, simpelweg omdat ze te slim waren en een gevaar vormden voor de gedachten van Pol Pot. Een ronde over het terrein laat de vele openliggende massagraven zien. Behoudens achtergrondmuziek hoor je niemand praten, iedereen die daar loopt heeft een brok zijn of haar keel.
Het Koninklijk Paleis bracht ’s middags wat verlichting. Leuk was een gesprek van een dik uur met een monnik. Bijna hadden we in zijn woonhuis gestaan!
We trokken richting Koh Chang, een tropisch eiland voor de kust. Onderweg stopten we voor enkele tempels en verbleven een nacht bij de lokale bevolking en werden getrakteerd op een volkdans van de plaatselijke basisschool.
Op Koh Chang konden we onder andere een “Tree Trip” doen met een paar leuke tokkelbanen en andere stormbaanhindernissen. De volgende dag stond een ritje op een olifant op het programma.
Na een dag rijden kwamen we weer in Bangkok aan waar ik nog twee dagen vrij te besteden had. Vrijdagmorgen was gereserveerd voor een fietstocht van 5 uur door diverse nauwe straatjes in een aantal wijken maar ook door de plantages net buiten Bangkok. Voor wie nog naar Bangkok gaat: doen!
De laatste dag, nadat ik het overgrote gedeelte van de groep een goede reis naar huis had gewenst, bezocht ik de liggende Boeddha. Een rondje door Bangkok over de Chao Phraya rivier, met de Skytrain en de metro was het laatste voordat ik, dit keer met de bus, naar het Suvarnabhumi vliegveld in reed. Het is daar nog mooier in het donker!