Erik in Jordanië (dec 2011 - jan 2012)
Erik bracht zijn verjaardag en de jaarwisseling door in het
mysterieuze Jordanië; zie hier het resultaat:
Klik hier voor een diavoostelling
Jordanië
2011, een mooi reisjaar. De eerste dagen daarvan de laatste week op Tasmanië, Australië. Hemelvaartweekend fietsen in Frankrijk, evenals het eerste weekend van september. Weekendje Winterberg in februari. Een waddenmarathon op de ATB in mei, 60 jarig bestaan van het bedrijf gevierd tijdens een weekend in onze havenstad Rotterdam. En natuurlijk de reis door het prachtige Bolivia in de zomer.
Lekker een kerstperiode thuis even uitrusten’. Mis, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Een avond ‘stiekem’ surfen op internet. Oeps, een reis geboekt naar Jordanië… Oeps met een lach op het gezicht, dat wel.
24 december 2011, ’s ochtends keek ik nog even op teletekst en internet, met zoekterm “topdrukte op Schiphol”. Niets te vinden, had ik niet verwacht overigens. En dat klopte, geen kip te bekennen in de vertrekhal. Nou ja alleen bij Royal Jordanian, de incheckbalie die ik moest hebben. Een half uur later stond ik zonder problemen achter de douane, wat wil je: ze kennen me daar inmiddels wel.
Op naar Amman, de hoofdstad van Jordanië, één van de landen waar het wél rustig is in het Midden Oosten.
In de avond kwam ik samen met een groot deel van de groep aan in het hotel in Madaba, ongeveer 30 kilometer gelegen van Amman.
Dat het een gezellige groep zou worden was direct duidelijk, een toast werd uitgebracht in de bar van het hotel op een goede reis.
’s Ochtends bij het ontbijt op eerste kerstdag maakten we kennis met de rest van de groep die met andere vluchten ook uiteindelijk in Madaba was neergestreken.
Mount Nebo, de berg waar Moses het beloofde land zou hebben gezien was de eerste plaats die we bezochten. Het moest toen Moses het land zag beter weer zijn geweest dan tijdens ons bezoek aangezien het zicht niet heel erg bijzonder was. Hij zal de 15 kilometer verderop gelegen Dodenzee ongetwijfeld wel hebben gezien.
De Dodenzee is gelegen in het zuiden van de Jordaanse Vallei. Een bijzonder gebied, los gezien van de politieke conflicten die daar regelmatig oplaaien aan Israëlische zijde. Met namelijk 400 meter onder zeeniveau is dit het laagst gelegen gebied op aarde waar je kunt lopen. De Dodenzee is een groot meer met een zoutpercentage van meer dan 30%. Een gehalte dat meer dan negen keer zo hoog is dan in de grote wereldzeeën om ons heen. Doordat er zoveel zout in het water zit levert dat bijzondere zwempartijen op: je blijft drijven en kopje onder gaan is zeer sterk af te raden. Een druppel zout water in je ogen zorgt voor 2 minuten tranen als je geluk hebt.
In Jerash is een grote ruïne uit de Romeinse tijd te bewonderen. Links en rechts zijn ze op kleine schaal bezig met renovaties van het complex, één van de best gerestaureerde gebouwen is het noordelijk gelegen theater. Wanneer je op het podium gaat staan en praat zouden 2.000 toeschouwers je kunnen verstaan. Fluisteren dus...
In de middag was er gelegenheid om een paar uurtjes Madaba in te gaan en te ontdekken wat deze stad te bieden heeft. Een mooi uitzicht was er vanuit de kerktoren van de St. Georgekerk op de stad met de vlakbij gelegen moskee, mét minaret.
Na een gezellige middag en avond reden we de volgende dag naar het Dana Nationaal Park. Op weg daar naar toe stopten we in Kerak waar er een oude burcht dat bijna 1.000 jaar geleden op een berg is gebouwd, te bewonderen. Eerder die ochtend genoten we tijdens een kopje koffie van het uitzicht over een geweldige vallei, Wadi Mujib genaamd die in het westen in de Dodenzee uitkomt.
In Kerak, een niet al te grote plaats, vergaapten wij ons aan de superlekkere falavel. Met een enorme snelheid draait de falavelbakker de balletjes in elkaar die in de frituur worden bereid voor een broodje falavel. Een Jordanees broodje kroket, maar veel gezonder dan onze vleeskroketten uit de muur.
In het Dana Nationaal Park logeerden we in het Dana Guest House, nou ja als je geen ballen had. Ik durfde het aan om met een andere reisgenoot op het dak van de onderkomens in een tent te slapen. Net voor we het park binnenreden werden getrakteerd op een mooi uitzicht en een kopje aangeboden thee waar ik achteraf nog voor mocht betalen.
De nacht duurde lang. De wind sloeg telkens tegen het zware tentdoek en deed de bedden heen en weer schudden. Nadat de wind langzaam ging liggen vatte ik eindelijk mijn slaap. Geen last van de kou, maar wat wil je met een warme mummieslaapzak en preventief een muts op je hoofd. De volgende morgen was de groep overmatig geïnteresseerd hoe de nacht was verlopen. Dit aangezien over enkele dagen in de Wadi-Rum woestijn ín de buitenlucht moest worden overnacht.
In het Nationale Park werd het tijdens de wandeling in de ochtenduren steeds beter weer. Een mooi park om te bezoeken en te genieten van de rust met af en toe wat schapen die hun weg zoeken in de verlaten omgeving.
In de middag reden we naar Wadi Musa. De toegangsplaats voor het beroemde Petra, één van de 7 nieuwe wereldwonderen. Als opwarmer hadden we Little Petra waar we al lekker werden gemaakt op wat ons de komende dagen te wachten stond. In een ondergaande zon kleurden de rotsen van zandsteen tot een niet te beschreven roodoranje, rozige achtige gloed.
Na een snelle hap in een plaatselijk restaurant zou het spektakel beginnen met een bezoek aan Petra by Night. Op weg naar de Al-Khazneh (schatkamer) werd de 2 kilometer lange toegangsweg verlicht met honderden kaarsen. Een sprookjesachtige sfeer. Bij de Al-Khazneh waren allemaal matten om te zitten neergelegd met daaromheen kaarsen voor de verlichting. Boven ons ook nog eens sterrenhemel die betoverend was.
Doordat helaas, of wellicht bewust, Al-Khazneh niet was uitgelicht bleef het een verrassing hoe alles er bij daglicht zou uitzien.
Lang zal-ie leven. 29 December, Erik jarig. Een bijzonder verjaardagscadeau: rondlopen in Petra. Nadat ik uit volle borst was toegezongen bij het ontbijt en een cadeau had uitgepakt vertrokken we met de hele groep naar Petra. Geluk hadden na de 2 kilometer lange toegangsweg, dat weinig toeristen de moeite hadden genomen om op tijd hun bed uit te gaan. Met een paar kamelen voor de Al-Khazneh gaf dit een mooie start van een bijzondere dag toen langzaam de Al-Khazneh tevoorschijn kwam uit de kloof, zonder toeristen.
,Gefeliciteerd met je 32e verjaardag Erik’, zei ik in mezelf met opgeheven hoofd en een iets diepere adem teug. Langzaam deed ik genietend van de rust mijn ogen open om dit bijzondere moment een speciaal plaatsje te geven.
Een dag van prachtige momenten volgden. Een tweede Happy Birthday in een uit de rotsen gehouwen gebouw gaf de dag net dat beetje extra.
’s Avonds vierde ik met de helft van de groep mijn verjaardag verder in de Cavebar. Met een grote lach op mijn gezicht viel ik ruim na middernacht in slaap.
Op 30 december gingen we voor de tweede dag Petra in en maakten een wandeling naar de Al-Madbah (High Place of Sacrifice). Daar hadden we een prachtig uitzicht op het centrum van Petra. Wanneer je fantasie de vrije loop liet gaan en al die mensen en kamelen zag lopen kon je je voorstellen hoe deze bedrijvige plaats er eeuwen geleden uit moet hebben gezien.
Het weer werd slechter, regen viel ons ten deel op weg naar de Wadi-Rum woestijn in de middag. Net voor de start van een wandeltocht naar het kamp was het weer ons gunstig gezind en veranderden de regenwolken in een lichter wolkendek met enkele stukjes blauwe lucht. Zouden we deze avond de sterrenhemel kunnen bewonderen? We kwamen bedrogen uit en werden lekker gemaakt met enkele glimpen van de zwarte lucht met enkele lichtpuntjes daarin verspreid. Oudjaarsavond weer een kans.
Er was een mogelijkheid om met een jeep een tocht door de woestijn te maken en te genieten van het natuurschoon van de Wadi-Rum. Met een jeep die nog een paar jaar ouder was dan ik trokken we door de woestijn naar mooie, zeg maar wonderschone plekjes om te genieten van de laatste dag van 2011. Aan het einde van de dag werden we getrakteerd op een mooie zonsondergang van Jebel Qaber Amra.
Een gezellige Oudjaarsavond volgde, zeker gevoed door enkel flessen Mount Nebo. Oud en Nieuw werd twee keer gevierd. Een keertje om 22:00 uur én middernacht. Helaas kon de helft van de groep niet de moed opbrengen om tot het eigenlijke Nieuwjaar de slaap op te houden.
Oliebollen, champagne en vuurwerk in de vorm van ontelbare sterren aan de hemel gaven deze avond iets bijzonders mee terwijl in Nederland de klok nog geen twaalf keer had geslagen en vrijwel iedereen nog naar de Oudejaarsconference keek. ’s Ochtends werden we wakker met rijp op het rode woestijnzand. Desondanks toch lekker geslapen.
Aqaba aan de Rode Zee met op enkele kilometers Egypte, Israël en Saoedi Arabië gelegen zagen we in de middag opdoemen. Een niet zo indrukwekkende stad, maar een plaats om even bij te komen van een reis door Jordanië. Een vlaggenmast van 130 meter hoog trekt je naar een plein toe waar je wegdroomt langs de boulevard genietend van de ondergaande zon in de Rode Zee.
De volgende dag verkenden we snorkelend de onderwaterwereld langs kust. Het uit water bestaande rijp op het zand uit de Wadi-Rum woestijn had nu plaats gemaakt voor kraakhelder zeewater dat net warm genoeg was om in te zwemmen. Op de terugweg met de boot naar Aqaba werden we getrakteerd op een lekkere lunch van de barbecue.
’s Middags nam ik de mogelijkheid om de plaats te verkennen en werd vooral vriendelijk verzocht om de net gerestaureerde moskee binnen te gaan. Met nadruk werd aangegeven dat westerlingen zoals ik daar ook gewoon welkom zijn. Uiteraard wel de schoenen uit, maar dat spreekt voor zich.
De laatste dag van de reis brak aan op 3 januari. Op naar Amman. Een kleine 5 uur duurde deze rit met de bus naar de hoofdstad. Nadat bleek dat het hotel waarin we zouden verblijven volgeboekt was en in een naast gelegen hotel ons heil hadden gezocht trokken we de stad in om nog wat Jordanese sfeer te snuiven.
Na het avondeten sloten we af in de bar van het hotel en genoten nog na van een mooie bijzondere reis in het Midden Oosten!
Erik.