Erik in Tasmanië (dec-2010 - jan-2011)
NIEUW!!! Klik op het kaartje rechts om de route via Google Earth te volgen die Erik afgelegd heeft.
Heb je nog geen Google Earth op je PC geinstalleerd, klik dan op
deze link.
Heb je instructies nodig, klik dan hier.
Klik hier voor E-mail 1
Klik hier voor E-mail 2
Klik hier voor E-mail 3
Klik hier voor E-mail 4
Klik hier voor E-mail 5
Klik hier voor de diavoostelling
17 December 2010, de zwarte vrijdag voor het Nederlandse verkeer als gevolg van de sneeuwval leverde op Schiphol ook de nodige problemen op. Deze dag zou ik vertrekken naar de andere kant van de wereld.
Bestemming: Hobart, Tasmanië, de zuidelijkste staat van Australië.
Klik op de kaartjes hieronder om de gefietste route nauwkeurig te bekijken; beweeg de muis over het kaartje voor de datum:
Als gevolg van de sneeuwval begon de reis naar de eerste overstap in Dubai met een vertraging van 6 uur. Toen werd het al duidelijk dat het een lange vlucht zou gaan worden. Met een overstaptijd in Dubai van slechts 3 uur zou ik mijn vervolgvlucht zeker gaan missen.
Het werd uiteindelijk een hele dag Dubai. Maar wel één van de betere plaatsen in de wereld om een dag vast te zitten.
De mogelijkheid die zich aandeed om een rondrit te boeken in de stad greep ik dus met beide handen aan in het hotel van de Emirates, waar ik een nacht mocht verblijven. We zagen enkele bekende gebouwen; want wie heeft nou nog nooit het Burj Al Arab gezien op televisie? Het enige 7 sterren hotel ter wereld in de vorm van een zeilschip. Een andere, maar nu nog niet zo bekend bouwwerk is de Burj Khalifa het hoogste gebouw ter wereld. Met 828 m is dit gebouwd 2,5 keer zo hoog als de Eifeltoren. Ook de rit op een palmeiland ontbrak niet.
Je kunt je haast niet voorstellen dat 30 jaar geleden Dubai eigenlijk alleen maar zand was.
Na een twee dagen bijkomen van de reis en 10 uur tijdverschil in Hobart kon ik beginnen waarvoor ik naar hier naar toe was gekomen, namelijk fietsen. Eerst langs de oostkust en dan door Launceston naar Cradle Mountain in het noordwesten. Daarna terug naar Hobart via het binnenland. Een tocht van twee en halve week, zo luidde het plan.
De eerste dag was gelijk een pittige: achtenhalf uur fietsen van Hobart naar Eaglehawk Neck, dat aan het begin van Tasman Peninsula is gelegen.
In Eaglehawk Neck zou ik twee nachten verblijven. 23 December zou ik namelijk een bezoek brengen aan Port Arthur, een gevangenis dat van 1830 tot 1877 in gebruik was en waar in die periode 12.500 gevangen een zware tijd hebben meegemaakt. Er was bewust gekozen om de gevangenis op het schiereiland te bouwen. Hierdoor was het bijna onmogelijk om te ontsnappen.
Pirates Bay is een bekende baai in Eaglehawk Neck. De kustlijn heeft een vorm van een tegelvloer als gevolg van de erosie van de rotsen, ook leuk om even te bezichtigen.
Om in Coles Bay bij het Freycenit National Park te komen was het twee dagen fietsen. Een afstand van ongeveer 200 km, waarvan de eerste dag een 30 tal kilometers over een gravelpad met een paar flinke heuvels die beklommen moesten worden. Gelukkig geen lekke banden. Onderweg sprong er een walibi uit de bosjes een paar meter voor me de weg op. Een leuke ervaring zo in de middle of nowhere.
Een overnachting had ik in Triabunna, waar ik een nacht moest doorbrengen in mijn tent op een grasveld achter het plaatselijke hotel aangezien er geen bedden meer beschikbaar waren. Als voorwaarde moest ik wel wat geld doneren voor de brandweer en een ander goed doel. ’s Avonds heb ik nog een paar biertjes gedronken in de bar van het hotel, kon ik gelijk daar mijn GPS opladen.
Aan het einde van de volgende middag kwam ik dus aan in Coles Bay en deelde de eerste nacht met een Frans echtpaar het hostel waarin 20 man kon verblijven. De route die dag was ook weer ruim over de 100 km. Het had 40 km korter kunnen zijn als de ferrydienst werkte die speciaal voor fietsers in het leven was geroepen.
In de hele reis heb ik trouwens niemand gesproken die gebruik heeft kunnen maken van deze dienst. Dus of-ie nog werkelijk vaart, ik betwijfel het ondanks een telefoongesprek met degene die de ferrydienst runt.
In Coles Bay besloot ik om de te fietsen route aan te passen. De weersomstandigheden in het noordwesten bleken behoorlijk grimmiger te zijn dan normaal, ook was het terrein wat ruiger dan het oostelijke deel waar ik me nu bevond. Ik moest ook nog een groot stuk omfietsen én ik miste nog enkele lichtere versnellingen om de steilere heuvels daar aan te kunnen.
Genoeg redenen waren dat dus om af te zien van het oorspronkelijke plan. Ik had hierdoor wel lekker een dag rust voordat ik een hike door het nationale park zou gaan maken.
Toen ik de volgende morgen wakker werd scheen de zon en daar was ik heel erg blij mee. Deze dag zou ik namelijk Wineglass Bay bezoeken. De enige ‘the must see’ van mijn reis.
Net voor de grote drukte bereikte ik het wonderschone witte strand met lichtblauw water van Wineglass Bay. De groene vegetatie en de hard blauwe lucht met enkele wolken maakten het plaatje helemaal compleet. De wandeling ging over Hazards Beach terug naar Coles Bay. Helemaal goed!
Ik zou naar Campbell Town fietsen maar dat werd nu dus St. Helens. Na bestudering van de kaart besloot ik toch om daar direct naar toe te fietsen in plaats van een overnachting in Bicheno, een plaatsje dat maar 40 km ten noorden van Coles Bay is gelegen.
Het werd wel een lange dag door de heuvelachtige kuststrook naar St. Helens als gevolg van een stevige wind op de kop met een aantal pittige hellingen. Ook waren er bijna geen dorpen om even te stoppen en wat te kopen.
St. Helens is ten zuiden gelegen van de Bay of Fires. Een zeer mooie uitgestrekte kuststrook met vuurrode rotspartijen, maar ook met ongelofelijk mooie stranden. Een andere verklaring voor de naam is dat de oorspronkelijke bevolking, de Aboriginals, vuren stookten langs deze kustlijn.
Na twee nachten in een supergoed hostel verliet ik de oostkust om in twee dagen te fietsen naar Launceston waar ik 31 december in de namiddag aan zou komen. Twee pittige dagen door erg heuvelachtig gebied. De eerste dag naar Scottsdale zou gelijk goed gaan beginnen met een klim van zeeniveau naar 600 meter hoogte en met een afdaling naar Weldborough.
Op een racefiets geen probleem, maar met een tourfiets met bepakking en een gravelpad omhoog toch iets andere koek. Het was een behoorlijke beproeving waar ik wel een beetje tegenop keek, maar achteraf viel dit toch wel mee. Het tweede gedeelte naar Scottsdale had ook nog venijnige klimmen, maar de natuur en de vergezichten gaven de eenzame fietser moed.
De route Van Scottsdale naar Launceston zag er op het eerste gezicht niet erg lastig uit, maar wanneer je iets beter de kaart leest zie je dat er ‘links en rechts’ nog wel wat obstakels in de weg liggen. Ik hield er daarom terdege rekening mee dat het niet een dagje ‘cruisen’ was naar Launceston. En dat bleek uiteraard ook zo te zijn…
Oud en nieuw was verre van spectaculair in Launceston. In het hostel was niets te doen en ook in de stad was eigenlijk geen vertier te vinden. De hoeveelheid vuurwerk was hier ook op afgestemd: nul-komma-nul. Leuk, in je eentje met een biertje op de bank en een documentaire over orkanen in Amerika op de televisie. Nee, ik heb het wel eens beter meegemaakt…
9 Januari zou mijn reis weer eindigen, ik had dus nog een ruime week om Launceston en Hobart onveilig te maken. Met de bus zou ik terug gaan naar Hobart op 5 januari, dit had ik inmiddels geregeld. Dus vier volle dagen in Launceston.
Een Nieuwjaarswandeling ondernam ik naar de Cataract Gorge. Een gorge dat bijna in het centrum van de stad begint en waar je je prima een dag kunt vermaken met wandelen en daarna te luieren, te zwemmen en te barbecueën op het geweldig mooie recreatieterrein.
3 Januari had ik een excursie geboekt naar Cradle Mountain. ,,Als het niet met de fiets lukt, dan maar op deze manier’’, dacht ik. Een gave dag met geweldige uitzichten rondom Lake Dove en enkele andere kleine meren in de omgeving.
Het was de tweede dag met mooi weer in het seizoen gaf de tourleider aan en dat zonder wind: uniek. We waren ‘lucky bastards’ zoals hij dat zei in dat mooie dialect.
De Tassies zijn nog steeds ‘bezig’ met de uitgestorven Tasmanian Tiger. Op vele logo’s en vlaggen zie dit dier vaak terug. Wanneer je het voor elkaar krijgt om aan te tonen dat de Tiger niet is uitgestorven ben je een rijk man en wereldberoemd in Australië door al je tv-optredens.
Een ander dier dat hier nu nog wel leeft is de Tasmanian Devil. Onderweg heb ik die regelmatig gezien, echter dood langs de weg. Om toch dit dier levend te zien ben ik op 4 januari naar de Tasmania Zoo gegaan. Geen bijzondere dierentuin, maar voor het zien van een levende duivel wel de gemakkelijkste oplossing.
Na een busrit van een paar uur kwam ik na twee weken weer aan in Hobart. Na een middag met heel wat regelwerk lukte het om een dagtour naar het zuiden van Tasmanië te regelen. Eerst naar de Hastings Caves en daarna door naar Cockle Creek voor een mooie wandeling over het strand naar Fishers Point. Net als de excursie naar Cradle Mountain werden we deze dag weer getrakteerd op prachtig mooi weer.
Mt. Wellington is het hoogste punt van Tasmanië en ligt op een steenworp afstand van Hobart. Met goed weer heb je een geweldig mooi uitzicht op de stad.
Menigeen neemt de huurauto mee naar boven of koopt een busticket speciaal naar de top van Mt. Wellington.
Veel leuker en iets inspannender is het om met de normale busdienst naar Fern Tree te rijden en dan naar de top te hiken.
Het weer bovenop Mt. Wellington viel een beetje tegen, maar onderweg daar naar toe hadden we het zonnetje op Hobart schijnen met als direct herkenningspunt de grote brug van de Tasman Highway die de oost-west verbinding van de stad mogelijk maakt.
In de bus ontmoette ik een Italiaanse leeftijdsgenoot waar ik de hele dag mee ben opgetrokken. Terug naar Fern Tree liepen we (uiteraard) een andere route. Na tien minuten hiken kwamen we in een onwijs gaaf, bijzonder landschap met geweldige rotsformaties terecht dat een soort Lord-of-the-Rings-gevoel gaf.
8 Januari, de laatste hele dag in Hobart en op Tasmanië, het zat er bijna al weer op. De eerste twee dagen liep ik eerder regelend en bijkomend van de reis rond in Hobart. Nu was het sfeersnuiven geblazen.
Omdat het zaterdag was kon je niet om de Salamanca Market heen. Een belangrijke toeristentrekker, maar eigenlijk niet meer dan een grote wekelijkse braderie.
Vlakbij de markt staat een beeld bronzen beeld van de ontdekker van Tasmanië, de Nederlandse zeevaarder Abel Tasman. Hij deed in 1642 als eerste Europeaan dit eiland aan en noemde het Van Diemen’s Land. In 1856 kreeg het eiland uiteindelijk de naam van haar ontdekker.
Een paar uur had ik 9 januari nog in Hobart te besteden voordat de lange terugreis zou gaan aanvangen. Toevallig kwam ik lopend bij een stadstrand uit en ben daar lekker een half uur gaan liggen met zicht op de Tasman Highway met die geweldige brug.
De brug die ik na een half uur trappen 2,5 week geleden met harde zijwind op het smalle fietspad er voor zorgde dat alles op mijn fiets heen en weer ging en het gevoel gaf:
waar ben ik hemelsnaam aan begonnen...??? Máár nu zag ik de brug op een hele andere manier.
Drie uur later stond ik op het vliegveld van Hobart. Ondanks er onderweg nog wat problemen waren met een geannuleerd e-ticket en een vertraging van een paar uur stond ik na ruim 33 uur weer met beide benen op de grond van de Haarlemmermeerpolder.
Anderhalve week na mijn thuiskomst lag de naar mezelf gestuurde kaart op de deurmat. Met een grijns op het gezicht las ik de tekst:
Inderdaad, best gaan Erik!